ECLI:NL:RVS:2012:BY3058
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit
Appellant heeft bij de minister verzocht om het Nederlanderschap, maar dit verzoek is op 14 juni 2011 afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van zijn identiteit. Appellant beschikte niet over een gelegaliseerde geboorteakte en voerde bewijsnood aan, hetgeen door de minister niet werd gehonoreerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de afwijzing.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij bewijsnood moest aantonen en dat het asieldossier bij de beoordeling betrokken had moeten worden. De Raad van State oordeelde dat het aan appellant is om zijn identiteit te bewijzen of bewijsnood aannemelijk te maken. Het beroep op bewijsnood werd niet geaccepteerd omdat appellant geen concreet bewijs leverde.
Verder wees de Raad van State het beroep af dat het beleid van de minister in strijd zou zijn met artikel 32 van Pro het Verdrag betreffende de status van staatlozen, omdat dit artikel geen direct toepasbare norm bevat zonder nadere regelgeving. Ook het bezwaar dat de minister ten onrechte afzag van het horen van appellant in de bezwaarfase werd verworpen, omdat het bezwaarschrift onvoldoende onderbouwing gaf.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.