ECLI:NL:RVS:2023:4641
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde ondanks staatloosheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant, een staatloze Syriër, om het Nederlanderschap te verkrijgen af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op onherroepelijke veroordelingen wegens openlijke geweldpleging en vernieling, met taakstraffen en een openstaande strafzaak ten tijde van de besluitvorming.
Appellant stelde dat vanwege zijn staatloosheid een kortere rehabilitatietermijn van drie jaar zou moeten gelden en dat het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel van toepassing is. De Raad van State oordeelde dat de rehabilitatietermijn van vijf jaar blijft gelden en dat naturalisatie een nationale aangelegenheid is, waardoor het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel niet van toepassing is.
Verder werd geoordeeld dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die afwijken van het openbare-ordebeleid rechtvaardigen. De openstaande strafzaak was inmiddels afgerond met een taakstraf, maar ten tijde van de besluitvorming bestonden nog ernstige vermoedens. Ook werd bevestigd dat de staatssecretaris appellant niet hoefde te horen in bezwaar, omdat er geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Gelderland, waarmee het verzoek om naturalisatie werd afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt bevestigd wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde.