Uitspraak
201110472/1/A2), volgt uit artikel 18, eerste lid, van de Awir, gelezen in samenhang met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, dat degene die kinderopvangtoeslag ontvangt, moet kunnen aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en wat de hoogte is van deze kosten. [appellant] heeft op het verzoek van de Belastingdienst van 13 mei 2011 om vóór 27 mei 2011 betaalbewijzen toe te sturen waaruit blijkt dat hij in 2009 kosten heeft gemaakt voor kinderopvang, bankafschriften overgelegd waaruit volgt dat een bedrag van € 9600,00 aan contante bedragen is opgenomen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de Belastingdienst zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat [appellant] hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de gastouder een eigen bijdrage heeft betaald voor de oppaswerkzaamheden en daardoor kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de overgelegde rekeningafschriften slechts laten zien dat door [appellant] contante bedragen zijn opgenomen. [appellant] heeft geen ondersteunende gegevens, zoals kwitanties, overgelegd, waaruit blijkt dat [appellant] zelf kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. Aan de in beroep overgelegde verklaring van de gastouder dat zij op de met de bankafschriften corresponderende data een bedrag van in totaal € 9600,00 heeft ontvangen, daargelaten of deze verklaring overeenkomt met de bankafschriften, kan niet de betekenis worden gehecht die [appellant] daaraan gehecht wenst te zien. Deze verklaring, die van 28 september 2011 dateert en niet gelijk kan worden gesteld met kwitanties, omdat deze niet direct als betalingsbewijs is verstrekt, kan niet als voldoende bewijs van betaling worden aangemerkt. Hetzelfde geldt voor de in hoger beroep overgelegde verklaringen van 14 maart 2012. Gelet op het voorgaande kan het betoog dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [appellant] de bureaukosten van het gastouderbureau niet aannemelijk heeft gemaakt, wat daar verder van zij, niet tot een ander oordeel leiden, nu het enkele feit dat bureaukosten zijn gemaakt nog niet betekent dat de eigen kosten voldoende aannemelijk zijn gemaakt.