Eiser heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd voor gastouderopvang via het gastouderbureau Bebegim. Verweerder stelde het voorschot vast en herzag dit later naar nihil voor de periode februari tot en met augustus 2009, omdat de overeenkomst met het gastouderbureau niet aan de voorwaarden zou voldoen en eiser onvoldoende betalingen zou hebben aangetoond.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat niet duidelijk is gemaakt welke elementen in de overeenkomst ontbreken en verweerder niet tijdig informatie heeft verstrekt over de vereisten. De rechtbank stelt dat alleen een schriftelijke overeenkomst vereist is en dat de overgelegde stukken daaraan voldoen.
Ten aanzien van de kosten van de kinderopvang is geoordeeld dat eiser onvoldoende heeft aangetoond betalingen aan de gastouder te hebben verricht, mede door wisselende verklaringen en gebrek aan ondersteunend bewijs. Hierdoor is de herziening van de toeslag naar nihil voor de genoemde periode terecht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.