Uitspraak
201110081/2/R1en de daarin geconstateerde mogelijke gebreken ten onrechte als grond daarvoor aangemerkt. Die uitspraak dateert van na het besluit van 18 april 2011, terwijl het enkele feit dat onduidelijk is of het bestemmingsplan met artikel 25 van Pro de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie van Provinciale staten van Noord-Holland van 21 juni 2010 strookt en of de toename van het aantal verkeersbewegingen aanvaardbaar is, onvoldoende is om op voorhand aan te nemen dat het bestemmingsplan geen rechtskracht zal krijgen. Of en in hoeverre de door de voorzitter geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan met het rapport van Goudappel Coffeng zijn weggenomen, is evenmin van belang, nu dat in de procedure inzake het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan ter beoordeling staat. De rechtbank moest onderzoeken of op voorhand duidelijk was dat het nieuwe bestemmingsplan geen rechtskracht zou krijgen. Gelet op het voorgaande, heeft zij ten onrechte geconcludeerd dat het college ten tijde van het besluit van 18 april 2011 geen concreet zicht op legalisering mocht aannemen. De betogen slagen.