Uitspraak
201208501/1/V6) is geoordeeld dat de vreemdelingen de werkzaamheden niet als zelfstandige hebben verricht. Hetgeen het college, [appellante sub 2] en [appellante sub 3] hebben aangevoerd, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel.
201006692/1/V6) is voor de vaststelling of een beboete persoon terecht als werkgever is aangemerkt, niet relevant of de verrichte werkzaamheden verband houden met zijn bedrijfsvoering. Het betoog van [appellante sub 2] en [appellante sub 3] dat zij geen invloed konden uitoefenen op de tewerkstelling van de vreemdelingen, faalt, reeds omdat, zo blijkt uit de bij de boeterapporten gevoegde verklaringen, personeel van zowel [appellante sub 2] als [appellante sub 3] regelmatig op de bouwplaats aanwezig was. Voorts volgt uit hetgeen de Afdeling eerder heeft overwogen (in de uitspraak van 11 juli 2012 in zaak nr.
201111314/1/V6) dat de omstandigheid dat de arbeidsverhouding tussen een beboete persoon en vreemdelingen die in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wav arbeid hebben verricht, niet voldoet aan de in 4.1 vermelde kenmerken, niet betekent dat de minister niet bevoegd is om tot boeteoplegging over te gaan, indien deze beboete persoon wel voldoet aan de de hiervoor onder 4.2 weergegeven maatstaf doordat in opdracht of ten behoeve van hem arbeid is verricht.
200708231/1), bestaat geen wettelijke verplichting alle aanwezigen als getuige te horen. Nu vijf van de zes vreemdelingen zijn gehoord en de niet gehoorde vreemdeling zich niet in een andere situatie bevond, heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het onderzoek onzorgvuldig of onvolledig is geweest.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200509111/1), is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van die wet worden nageleefd. Dat [appellante sub 2] en [appellante sub 3] de identiteit van de vreemdelingen hebben gecontroleerd en hebben geconstateerd dat de vreemdelingen in het bezit waren van de benodigde bescheiden voor het werken als zelfstandige, maakt niet dat de overtreding hun in verminderde mate kan worden verweten, nu deze elementen voor de beoordeling of sprake is van zelfstandigheid niet doorslaggevend zijn. Het had op de weg van [appellante sub 2] en [appellante sub 3] gelegen om bij twijfel over de toepasselijke regelgeving hierover navraag te doen bij UWV Werkbedrijf. Van het ontbreken dan wel een verminderde mate van verwijtbaarheid is in hun geval derhalve geen sprake.