ECLI:NL:RVS:2008:BD8354
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €8.000 op aan de vennootschap wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder vergunning arbeid verrichtte. De vennootschap stelde bezwaar en beroep in, maar de rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde de vennootschap hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde het boeterapport, dat op ambtseed was opgesteld en waarin werd vastgesteld dat de vreemdeling op 27 september 2006 werkzaamheden verrichtte in de kapsalon. De vennootschap voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer vanwege de korte duur van de controle en het niet horen van alle aanwezigen. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht, de verklaringen van de vennoot sub 1 niet waren betwist en dat de duur van de controle langer was dan door de vennootschap gesteld.
Verder stelde de vennootschap dat haar recht op een onpartijdig proces was geschonden door het late opmaken van het proces-verbaal en de overschrijding van de uitspraaktermijn. De Raad stelde dat dit geen schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard en de boete van €8.000 bevestigd.