Uitspraak
200801014/1het Hof van Justitie (hierna: het Hof) verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de twee, hieronder vermelde, vragen. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat uit de toelichting bij het Besluit volgt dat, voor zover thans van belang, artikel 1e, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit ziet op terbeschikkingstellingsituaties als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder c, van richtlijn 96/71/EG. De gestelde vragen luidden als volgt:
200800714/1dat het vereiste van een tewerkstellingsvergunning in dit geval een niet proportionele maatregel vormt. [wederpartij] wijst er in dit verband op dat in de binnenvaartsector niet langer door de minister wordt getoetst of prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is.
200908066/1/V6) is uit het arrest niet af te leiden dat het vereiste van een tewerkstellingsvergunning niet mag worden gesteld wanneer bij verlening daarvan tijdelijk geen toetsing plaatsvindt of prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is. Voordat kan worden vastgesteld of aan de doelstellingen van de Wav is voldaan, dient ook aan de overige voorwaarden - waaronder beoordeling of sprake is van marktconforme arbeidsvoorwaarden - te worden getoetst. Het vereiste van een tewerkstellingsvergunning vormt daarom geen disproportionele maatregel.
200908066/1/V6aan de orde geweest. In die zaak is door de minister een boete van € 8.000,00 aan [bedrijf] opgelegd voor dezelfde overtreding als die in de onderhavige zaak voorligt. In die zaak heeft de Afdeling de boete met 50% gematigd, omdat de minister tijdens de behandeling ter zitting daarvan desgevraagd heeft aangegeven dat, gezien het nieuwe beleid dat hij inmiddels hanteert, aanleiding bestaat om de boete met dat percentage te matigen. Daartoe was volgens de minister redengevend dat de tewerkstellingsvergunning is aangevraagd voordat de controle plaatsvond en kort daarna is afgegeven.