Uitspraak
201106323/1/T1/A1heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen de gebreken in het besluit van 9 september 2010 te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.
200504312/1, overwogen dat bij vervangende nieuwbouw slechts rekening dient te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan ten opzichte van de reeds bestaande parkeerbehoefte vanwege het te slopen pand. In de tussenuitspraak is geoordeeld dat, nu onduidelijkheid bestaat over de parkeerbehoefte vanwege het gebruik van de te slopen fabriekshal op het perceel als moskee en dit gebruik voorts sinds medio 2006 is beëindigd, niet kan worden gesproken van vervangende nieuwbouw waarvoor de parkeerbehoefte van de vorige functie mag worden afgetrokken van de aan het bouwplan toe te rekenen parkeerbehoefte. In de tussenuitspraak is voorts geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd, dat met het aantal van 130 parkeerplaatsen in voldoende parkeergelegenheid is voorzien, nu de omstandigheid dat vrouwen met mannen zullen meerijden moet worden geacht te zijn verdisconteerd in de parkeernorm en het college voorts niet inzichtelijk heeft gemaakt, hoe bij de berekening van de parkeerbehoefte van het bouwplan rekening is gehouden met de parkeerbehoefte van de overige functies waarin het bouwplan voorziet, te weten een woning, een school, kantoorruimtes en een winkelruimte.