ECLI:NL:RVS:2019:1574
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bouw appartementen ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 26 juli 2016 een omgevingsvergunning voor de bouw van 22 studio-appartementen op een perceel in Rotterdam. Omwonenden, appellanten, voerden bezwaar aan tegen deze vergunning vanwege verlies van licht, lucht, uitzicht en privacy, en stelden dat de parkeernorm niet werd nageleefd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad overwoog dat het bouwplan binnen het bestemmingsplan 'Cool' past en dat de ruimtelijke afweging reeds bij de vaststelling van het bestemmingsplan is gemaakt. Klachten over overlast hadden in de bestemmingsplanprocedure ingebracht moeten worden en konden niet leiden tot weigering van de omgevingsvergunning.
Ten aanzien van de parkeernorm oordeelde de Raad dat alleen de toename van parkeerbehoefte relevant is en dat de bestaande parkeerbehoefte, ook bij leegstand van het oude gebouw, in aanmerking mag worden genomen. Aangezien de parkeerbehoefte na realisatie gelijk bleef, was het college terecht uitgegaan van voldoende parkeergelegenheid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft gehandhaafd.