ECLI:NL:RVS:2012:BY6373
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring onrechtmatig wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Azerbeidzjan
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van een besluit van 28 augustus 2012. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank niet had meegewogen dat de vreemdeling stelde etnisch Armeens te zijn en dat er geen zicht op uitzetting naar Azerbeidzjan bestaat voor personen met deze etnische afkomst. Uit ambtsberichten en door de staatssecretaris verstrekte gegevens bleek dat de Azerbeidzjaanse autoriteiten feitelijk geen laissez passer verstrekken aan etnisch Armeniërs, waardoor uitzetting niet mogelijk is.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was vanaf het begin. De maatregel werd opgeheven per 10 december 2012 en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend over de periode van bewaring. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en per 10 december 2012 opgeheven met toekenning van schadevergoeding.