Uitspraak
200200342/1(JB 2003/67) heeft overwogen, dient voor het antwoord op de vraag welke datum als peildatum voor een schadeveroorzakend planologisch besluit heeft te gelden, te worden uitgegaan van het moment waarop het besluit rechtskracht heeft gekregen. Dat moment was ingevolge het bepaalde in artikel 28, zevende lid, van de WRO gelegen op de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Dit was alleen anders indien binnen de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling een verzoek om een voorlopige voorziening was ingediend.
200406319/1(Gst. 2005, 85) gestelde eisen aan schadevergoeding in natura, ten onrechte heeft overwogen dat de raad de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken bij besluit van 16 november 2011 heeft hersteld. Daartoe voert zij aan dat geen termijn voor het herstel van de bouwmogelijkheden is gesteld, dat een volledig herstel van de bouwmogelijkheden is uitgesloten en dat, gelet op artikel 3.1, tweede lid, van de Wro, geen verband bestaat tussen de schadevergoeding en het herstel van de bouwmogelijkheden.
200802629/1, AB 2009, 213) vangt de redelijke termijn in evenbedoelde zin in beginsel aan op het moment waarop het bestuursorgaan het bezwaarschrift ontvangt.