Uitspraak
201002979/1/R2).
Raad van State
Bij besluit van 14 maart 2011 wijzigde de staatssecretaris het aanwijzingsbesluit van 29 september 2005 voor het gebied Polder Zeevang als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn. Dit betrof onder meer het nauwkeuriger vaststellen van de begrenzing en het stellen van een aanvullende instandhoudingsdoelstelling voor de meervleermuis.
Tegen dit gewijzigde besluit hebben het college van burgemeester en wethouders van Purmerend, de Land- en Tuinbouw Organisatie Noord (LTO) en het college van burgemeester en wethouders van Beemster beroep ingesteld. Purmerend werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen zienswijze had ingediend over het ontwerpbesluit, terwijl de bestreden instandhoudingsdoelstelling reeds daarin was opgenomen.
De beroepen van LTO en Beemster werden ongegrond verklaard omdat zij zich richtten op het oorspronkelijke aanwijzingsbesluit van 2005, dat in rechte onaantastbaar was geworden. Nieuwe feiten of omstandigheden die wijziging van het besluit in 2011 zouden rechtvaardigen, waren niet aangevoerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat alleen de wijzigingen in het bestreden besluit aan de orde waren en dat de eerdere aanwijzing niet opnieuw kon worden aangevochten. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het beroep van Purmerend werd niet-ontvankelijk verklaard, de overige beroepen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van Purmerend is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen van LTO en Beemster zijn ongegrond verklaard.