ECLI:NL:RVS:2012:BY7331
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H. Oranje
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering eerstegraads onderwijsbevoegdheid Engels
Appellante had bij besluit van 6 november 2008 een aanvraag ingediend voor een eerstegraads onderwijsbevoegdheid als leraar Engels, welke werd afgewezen door de minister van Onderwijs. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Zutphen die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens het hoger beroep werd het onderzoek geschorst en hervat na overleg van aanvullende stukken. Uiteindelijk wijzigde de minister op 15 mei 2012 zijn besluit en verleende onder voorwaarden de onderwijsbevoegdheid aan appellante. Appellante stemde in met dit besluit, waardoor het hoger beroep niet meer tegen dit besluit was gericht.
Appellante vorderde nog vergoeding van vertaalkosten, tijdsbesteding en immateriële schade vanwege de eerdere afwijzing en de twijfel over de authenticiteit van haar diploma. De Raad van State oordeelde dat vertaalkosten en tijdsbesteding geen vergoeding kunnen krijgen op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en dat immateriële schade niet aannemelijk was gemaakt.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, maar de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht dat appellante had betaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.