ECLI:NL:RVS:2013:1024
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die de staatssecretaris veroordeelde tot betaling van een schadevergoeding aan een vreemdeling wegens onrechtmatige bewaring.
De bewaring werd opgelegd op 15 maart 2011 en opgeheven op 1 juni 2011. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €6.235,00. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de vreemdeling gedurende de bewaring stelselmatig weigerde mee te werken aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, wat volgens hem een matiging van de schadevergoeding rechtvaardigde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met deze weigering en matigde de schadevergoeding met 50 procent. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van een vergoeding van €3.117,50 voor de periode van 15 maart 2011 tot 1 juni 2011.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 augustus 2013 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De schadevergoeding aan de vreemdeling wordt gematigd tot €3.117,50 wegens diens weigering tot medewerking tijdens de bewaring.