ECLI:NL:RVS:2013:1046
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ongewenstverklaring vreemdeling en inreisverbod
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit van 3 april 2012 tot opheffing van de ongewenstverklaring en het opleggen van een inreisverbod aan de vreemdeling vernietigde.
De rechtbank had geoordeeld dat het besluit in strijd was met artikel 4:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, terwijl de vreemdeling deze grond niet als beroepsgrond had aangevoerd. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad van State toetste vervolgens het besluit van 3 april 2012 zelf aan de beroepsgronden en oordeelde dat de vreemdeling geen recht had op opheffing van het inreisverbod, mede gelet op de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en de interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot inreisverbod blijft in stand.