ECLI:NL:RVS:2013:106
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake asielweigering
Bij besluit van 2 december 2011 wees de minister voor Immigratie en Asiel de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. Zowel de vreemdeling als de minister gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was omdat de aangevoerde gronden niet tot vernietiging konden leiden. Het hoger beroep van de staatssecretaris was kennelijk gegrond omdat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd over de veiligheidssituatie in Afghanistan, met name in de provincie Uruzgan.
De Afdeling baseerde zich op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin werd vastgesteld dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet zodanig is dat terugkeer een reëel risico op ill-treatment oplevert. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.