ECLI:NL:RVS:2011:BU5013
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit asielaanvraag vreemdeling wegens veiligheidssituatie Afghanistan
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie op 20 november 2008 werd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde dit besluit op 17 februari 2010 en beval een nieuw besluit te nemen. De minister van Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de vernietiging van het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in stand konden blijven, mede gelet op de veiligheidssituatie in Afghanistan en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het hof had geoordeeld dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet zodanig ernstig is dat de terugkeer van de vreemdeling een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert, ook niet specifiek voor de provincie Uruzgan. De Raad van State vond geen nieuwe feiten die dit oordeel konden wijzigen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand vanwege de veiligheidssituatie in Afghanistan.