ECLI:NL:RVS:2013:1064
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdelingen
De vreemdelingen en de referente hebben een machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd, welke door de minister van Buitenlandse Zaken op 27 september 2010 werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 1 november 2011 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing op 24 mei 2012 eveneens ongegrond.
In hoger beroep klaagden de vreemdelingen dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij tot het gezin van de referente en haar echtgenoot behoorden. De staatssecretaris had zich gebaseerd op een ondeugdelijke motivering, mede omdat een vergelijkbaar besluit in een andere zaak was vernietigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 1 november 2011 in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.