ECLI:NL:RVS:2013:110
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning ondanks gezinsleven met Nederlandse vader en kind
De vreemdeling, houder van de Ghanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het kind niet bij de Nederlandse vader kon verblijven, ondanks het feit dat het kind geen frequent contact met de vader had. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld. Tevens werd overwogen dat het belang van het Nederlandse toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling bij het gezinsleven, conform artikel 8 EVRM Pro.
De Raad van State verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de stelling dat medische voorzieningen in Ghana niet bereikbaar zouden zijn. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning geweigerd.