ECLI:NL:RVS:2013:1110

Raad van State

Datum uitspraak
11 september 2013
Publicatiedatum
11 september 2013
Zaaknummer
201302415/1/A4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Y.E.M.A. Timmerman-Buck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen handhavingsbesluit geluidvoorschriften kinderboerderij De Loi

De Stichting Kinderboerderij De Loi in Wellerlooi heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bergen. Dit besluit legde onder dreiging van een dwangsom op dat De Loi haar bedrijfsvoering aanpast om te voldoen aan de geluidvoorschriften uit de vergunning van 27 maart 2007.

Eerder had het college een verzoek om handhaving afgewezen, maar na vernietiging van dat besluit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd een nieuw besluit genomen waarin handhaving alsnog werd opgelegd. De stichting betoogde dat de geluidgrenswaarden niet op ieder punt buiten de inrichting gelden, maar slechts op de gevel van geluidgevoelige objecten.

De Raad van State oordeelde dat in de vergunning niet is gespecificeerd waar de geluidgrenswaarden gelden en dat deze op ieder punt buiten de inrichting van toepassing zijn. Het betoog van de stichting bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel leiden. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van Stichting Kinderboerderij De Loi tegen het handhavingsbesluit is ongegrond verklaard.

Uitspraak

201302415/1/A4.
Datum uitspraak: 11 september 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de stichting Stichting Kinderboerderij "De Loi", gevestigd te Wellerlooi, gemeente Bergen (L),
appellante,
en
het college van burgemeester en wethouders van Bergen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het college een verzoek van [partij] om handhavend op te treden ten aanzien van de kinderboerderij van De Loi aan de Schaak 4 te Wellerlooi afgewezen.
Bij besluit van 14 februari 2013 heeft het college De Loi alsnog onder oplegging van een dwangsom gelast om vóór 30 maart 2013 haar bedrijfsvoering aan te passen dan wel maatregelen te nemen zodat wordt voldaan aan de geldende geluidvoorschriften.
Tegen dit besluit heeft De Loi beroep ingesteld.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Desgevraagd hebben partijen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Het college heeft eerder bij besluit van 8 november 2011 op het door [partij] tegen het besluit van 29 juni 2010 gemaakte bezwaar beslist en daarbij zijn verzoek om handhaving nogmaals afgewezen. Bij uitspraak van 24 oktober 2012 in zaak nr. 201108630/1/A4 heeft de Afdeling het besluit van 8 november 2011 vernietigd, voor zover daarbij het verzoek om handhaving van [partij] is afgewezen. De Afdeling heeft het college opgedragen om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen. Bij het bestreden besluit heeft het college hieraan uitvoering gegeven.
2. De Loi betoogt dat het college er ten onrechte van uitgaat dat zij in strijd heeft gehandeld met voorschrift 7.1.2 van de voor de kinderboerderij verleende vergunning van 27 maart 2007. Volgens haar geldt de geluidgrenswaarde van dit voorschrift niet op ieder punt buiten de inrichting maar alleen op de gevel van geluidgevoelige objecten.
2.1. In de uitspraak van 24 oktober 2012 heeft de Afdeling reeds overwogen dat in de vergunning van 27 maart 2007 niet nader is bepaald waar de in de voorschriften 7.1.2 en 7.1.3 gestelde geluidgrenswaarden gelden en dat deze grenswaarden niet zijn gekoppeld aan woningen, geluidgevoelige objecten of andere beoordelingspunten, zodat zij op ieder punt buiten de inrichting gelden. Volgens De Loi is dit oordeel niet juist, maar zij stelt ter zake geen nieuwe feiten of omstandigheden die niet reeds ten tijde van de uitspraak van 24 oktober 2012 bekend waren. Haar betoog leidt reeds hierom niet tot een ander oordeel.
De beroepsgrond faalt.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van staat.
w.g. Timmerman-Buck w.g. Van Grinsven
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2013
457-379.