ECLI:NL:RVS:2013:1116
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens verzwijging relevante feiten bij naturalisatie
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het Nederlanderschap van appellant ingetrokken omdat hij bij zijn naturalisatieverzoek relevante feiten heeft verzwegen, namelijk zijn huwelijk en het hebben van drie kinderen met een andere vrouw dan de partner waarmee hij een verblijfsvergunning had. Dit was van belang omdat de verblijfsvergunning was verleend onder de voorwaarde van een duurzame en exclusieve relatie met die partner.
Appellant voerde aan dat het huwelijk pas later was bevestigd en dat hij niet de juridische vader was van de kinderen ten tijde van zijn naturalisatieverzoek, en dat zijn relatie met de partner exclusief bleef. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat appellant op de hoogte was of had moeten zijn van de relevantie van deze feiten en dat hij deze had moeten melden. Het verzwegen feit had gevolgen voor de beoordeling van zijn naturalisatieverzoek.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet voor het Nederlanderschap in aanmerking zou zijn gekomen indien de feiten bekend waren geweest. De overige hogerberoepsgronden werden verworpen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap van appellant wordt bevestigd wegens verzwijging van relevante feiten bij naturalisatie.