ECLI:NL:RVS:2013:1126
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onrechtmatig binnentreden bij vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 31 mei 2013 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. Tevens is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het binnentreden door de verbalisanten onrechtmatig was, omdat zij geen toestemming hadden voor het betreden van het door de vreemdeling bewoonde gedeelte van de woning. De machtiging tot binnentreden was uitsluitend verleend voor een ander gedeelte van het pand.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat het beroep tegen de bewaring ongegrond verklaarde en verklaarde dit beroep gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. Tevens werd een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank over de bewaring wordt vernietigd wegens onrechtmatig binnentreden; de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend.