ECLI:NL:RVS:2013:1145
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- S.F.M. Wortmann
- H.J.J. Kalter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Visserijbuurt Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 18 juni 2013 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de Visserijbuurt. Diverse bewoners, waaronder verzoekster A en anderen, stelden beroep in tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzitter behandelde het verzoek op 20 augustus 2013.
De voorzitter oordeelde dat enkele verzoekers niet-ontvankelijk waren omdat zij geen partij in de hoofdzaak waren. De inhoudelijke beoordeling richtte zich op de redelijkheid van de locatiekeuze van drie specifieke ORAC-locaties in de Rusthoekstraat. Het college hanteerde beleidsregels met randvoorwaarden zoals maximale loopafstand, minimale parkeerplaatsverlies en veiligheid.
De verzoekers voerden onder meer aan dat de parkeerdruk hoog is, hulpdiensten belemmerd worden en dat de plaatsing een onevenredige belasting vormt voor de kleinschalige straat. Het college weerlegde deze punten met wijkniveau-beoordeling van parkeerdruk, logistieke tests en beperkte hinder. De voorzitter vond geen aanleiding om het plaatsingsplan voorlopig te schorsen.
Het verzoek van enkele niet-ontvankelijke partijen werd afgewezen en het verzoek van de overige partijen werd inhoudelijk afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het college binnen redelijke grenzen locaties voor ORAC's mag aanwijzen en dat de bezwaren onvoldoende zijn om voorlopige maatregelen te treffen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het plaatsingsplan voor ORAC's in de Visserijbuurt wordt afgewezen.