ECLI:NL:RVS:2013:1191
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening kinderopvangtoeslag over 2007 en 2008 en deels 2009
De Belastingdienst had de kinderopvangtoeslag van appellante over de jaren 2007 en 2008 en het voorschot over 2009 herzien en op nihil gesteld, waarna zij de reeds uitbetaalde bedragen terugvorderde. Appellante stelde dat zij recht had op de toeslag en dat de overeenkomst met het gastouderbureau voldeed aan de wettelijke eisen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de definitieve vaststelling van de toeslag over 2007 en 2008 niet herzien had mogen worden omdat de Belastingdienst destijds niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet op de hoogte was van het ontbreken van bewijs. Voor 2009 was de toeslag nog niet definitief vastgesteld en kon het voorschot wel herzien worden wegens onvoldoende bewijs van kosten.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de eerdere uitspraken en herstelde de besluiten van 2010 voor 2007 en 2008. Voor 2009 werd het recht op toeslag voor opvang via het kindercentrum erkend, maar niet voor opvang via het gastouderbureau. De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De herzieningsbesluiten voor kinderopvangtoeslag over 2007 en 2008 worden vernietigd en de besluiten van 2010 herleven; het beroep over 2009 wordt deels gegrond verklaard.