Uitspraak
201110472/1/A2), volgt uit artikel 18, eerste lid, van de Awir, gelezen in samenhang met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, dat degene die kinderopvangtoeslag ontvangt, moet kunnen aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en wat de hoogte is van deze kosten. Op basis van de door [appellant] naar aanleiding van het ingevolge artikel 18 van Pro de Awir gedane verzoek door de Belastingdienst overgelegde rekeningafschriften heeft de rechtbank geoordeeld dat de Belastingdienst zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de gastouder een eigen bijdrage heeft betaald voor de oppaswerkzaamheden en daardoor kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. De rechtbank merkt met juistheid op dat de overgelegde rekeningafschriften slechts laten zien dat door het gastouderbureau bedragen op de rekening van [appellant] zijn overgemaakt en dat er onvoldoende ondersteunende gegevens zijn voor het oordeel dat [appellant] voor 2008 en 2009 kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. De Belastingdienst heeft de voorschotten kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 derhalve mogen herzien en gewijzigd mogen vaststellen op nihil. De rechtbank is tot dezelfde slotsom gekomen. Voor zover [appellant] met de in hoger beroep overgelegde kwitanties en bankafschriften beoogd heeft alsnog evenbedoelde nadere ondersteunende gegevens te overleggen, wordt het volgende overwogen. De Belastingdienst heeft [appellant] bij brief van 20 juli 2011 verzocht om bewijzen van betaling van de kosten voor kinderopvang aan de gastouder te overleggen. Voorts heeft de Belastingdienst zich in het besluit van 15 september 2011 op het standpunt gesteld dat [appellant] met de door hem overgelegde betaalbewijzen niet heeft aangetoond dat bij hem kosten voor kinderopvang zijn opgekomen. Nu [appellant] niet heeft gesteld, dat en waarom hij de bankafschriften en kwitanties niet eerder kon overleggen, kunnen die niet leiden tot het met het overleggen ervan beoogde resultaat. In hoger beroep staat de aangevallen uitspraak ter toets. De rechtbank beschikte niet over deze stukken.