ECLI:NL:RVS:2013:1196

Raad van State

Datum uitspraak
13 september 2013
Publicatiedatum
18 september 2013
Zaaknummer
201205778/1/V4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Vreemdelingenwet 2000Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De minister voor Immigratie en Asiel wees deze aanvraag bij besluit van 11 augustus 2011 af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 3 februari 2012 door de minister werd afgewezen. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 24 mei 2012 ongegrond verklaarde.

De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtsvraag reeds in een eerdere uitspraak was beantwoord en dat het hoger beroep kennelijk gegrond was. Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 3 februari 2012 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarnaast veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, inclusief het griffierecht voor zowel het beroep als het hoger beroep. De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en gaf daarmee alsnog een positieve uitkomst voor de vreemdeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de vreemdeling krijgt alsnog gelijk.

Uitspraak

201205778/1/V4.
Datum uitspraak: 13 september 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op het hoger beroep van:
[appellante]
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 24 mei 2012 in zaak nr. 12/4637 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel.
Procesverloop
Bij besluit van 11 augustus 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
Bij besluit van 3 februari 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 24 mei 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een verweerschrift ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De in de grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling eerder (bij uitspraak van 9 augustus 2013 in zaak nr. 201207385/1/V4) beantwoord. Uit de overwegingen 4.3., 4.4., 4.5. en 4.6. van die uitspraak vloeit voort dat de grief slaagt.
2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Hetgeen overigens in de grief is aangevoerd, behoeft geen bespreking. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 3 februari 2012 alsnog gegrond verklaren en dit besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb vernietigen.
3. De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 24 mei 2012 in zaak nr. 12/4637;
III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;
IV. vernietigt het besluit van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van 3 februari 2012, kenmerk 0112-31-8011;
V. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.416,00 (zegge: veertienhonderdzestien euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
VI. gelast dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de vreemdeling het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) voor de behandeling van het beroep en € 232,00 (zegge: tweehonderdtweeëndertig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.I.M. Peute, ambtenaar van staat.
w.g. Lubberdink w.g. Peute
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 september 2013
391