ECLI:NL:RVS:2013:725
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan gegrond verklaarde. De vreemdeling, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een minderjarige dochter met de Nederlandse nationaliteit.
De kern van het geschil is of de vreemdeling recht heeft op een verblijfsdocument op grond van artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), dat het burgerschap van de Unie regelt. De staatssecretaris betoogde dat eerst een verblijfsvergunning op grond van nationale wetgeving moest worden aangevraagd, maar de Raad van State oordeelde dat in uitzonderlijke gevallen, zoals in de arresten Ruiz Zambrano en Dereci, het verblijfsrecht rechtstreeks uit artikel 20 VWEU Pro kan worden ontleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris niet voldoende rekening had gehouden met het recht van de minderjarige burger van de Unie om het effectieve genot van zijn rechten te behouden. Daarom was het besluit van 2 april 2012 in strijd met de Algemene wet bestuursrecht omdat het niet op dit beroep was ingegaan. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van het beschermen van het verblijfsrecht van burgers van de Unie en hun familieleden, ook als deze laatste de nationaliteit van een derde land hebben.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.