ECLI:NL:RVS:2013:127
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod en vernietiging uitspraak voorzieningenrechter
Bij besluit van 21 februari 2012 wees de minister de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af, legde een inreisverbod op en bepaalde dat zij Nederland onmiddellijk moest verlaten. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond voor zover het inreisverbod betrof en vernietigde dat deel van het besluit.
Zowel de vreemdeling als de minister gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was, omdat de aangevoerde gronden niet tot vernietiging konden leiden. Het hoger beroep van de minister was gegrond, omdat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat een inreisverbod slechts door een zelfstandige beschikking kan worden opgelegd.
De Raad van State vernietigde daarom het oordeel van de voorzieningenrechter over het inreisverbod en verklaarde het beroep van de vreemdeling daarop ongegrond. Voor het overige werd de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod wordt bevestigd.