ECLI:NL:RVS:2013:CA1292
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inreisverbod en strafbaarstelling volgens Terugkeerrichtlijn
Bij besluit van 15 juni 2012 wees de minister een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod van twee jaar op. De vreemdeling stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die dit ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het inreisverbod een terugkeerbesluit is in de zin van de Terugkeerrichtlijn en dat de vreemdelingenrechter bevoegd is om de rechtmatigheid van het inreisverbod te toetsen. De strafrechtelijke vervolging van overtreding van het inreisverbod valt onder de strafrechter, die ook moet beoordelen of de strafbaarstelling verenigbaar is met de Terugkeerrichtlijn.
De Afdeling verwierp het betoog dat de vreemdelingenrechter deze strafrechtelijke toetsing moet uitvoeren en bevestigde dat de strafrechter deze beoordeling moet maken. Ook werd geoordeeld dat dit systeem voldoet aan het EU-Handvest en de beginselen van doeltreffende rechtsbescherming.
Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.