ECLI:NL:RVS:2013:1292
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onvoldoende motivering over afvalinzameling
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 19 oktober 2012 besloten spoedeisende bestuursdwang toe te passen tegen appellante wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 8 oktober 2012 ter hoogte van de Molenstraat 61 was aangetroffen. Omdat in de zak een poststuk met het adres van appellante was gevonden, stelde het college dat zij de overtreder was en legde de kosten van bestuursdwang (€119) bij haar neer.
Appellante betoogde dat zij niet de overtreder was, omdat het poststuk mogelijk door de bewoner van een andere woning met wie zij een gemeenschappelijke brievenbus deelt, was weggegooid. Het college wees het bezwaar ongegrond, waarna appellante beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verweer van appellante werd verworpen, terwijl volgens vaste jurisprudentie de overtreder degene is die het voorschrift daadwerkelijk schendt. Het college is niet ingegaan op het feit dat het poststuk door een ander had kunnen worden aangeboden. Hierdoor is het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel (art. 7:12 Awb Pro) genomen en vernietigd. Het griffierecht van appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.