ECLI:NL:RVS:2005:AT6561
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang inzake onrechtmatig aangeboden huishoudelijk afval te Utrecht
Op 9 november 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht bestuursdwang toegepast tegen appellante wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Utrecht 2004 aanbieden van huishoudelijk afval. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van afvalstoffen en de kosten hiervan werden op appellante verhaald. Appellante stelde dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat het afval afkomstig was van een andere bewoner van hetzelfde adres. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het beleid van verweerder, waarbij de langst ingeschreven bewoner als overtreder wordt aangemerkt indien de feitelijke overtreder onbekend is, niet verenigbaar is met de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante daadwerkelijk het voorschrift had geschonden en vernietigde het besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot bestuursdwang wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.