ECLI:NL:RVS:2013:1332
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan en proceskostenveroordeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 2 november 2011 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan af. De minister verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 27 januari 2012 ongegrond. De rechtbank stelde de minister in een tussenuitspraak van 9 augustus 2012 in de gelegenheid om een gebrek in het besluit te herstellen, maar de minister maakte hier geen gebruik van. Vervolgens verklaarde de rechtbank op 10 september 2012 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord en dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was. De Afdeling bevestigde daarom de eerdere uitspraken van de rechtbank.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van €472,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens werd een griffierecht van €466,00 opgelegd aan de staatssecretaris. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 26 september 2013.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de eerdere uitspraak en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.