ECLI:NL:RVS:2013:1346
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake huurtoeslag en terugvordering wegens korte duur huurwoning
De Belastingdienst stelde de huurtoeslag van appellant over 2009 vast op € 2.647 en vorderde € 522 aan voorschotten terug. Voor 2008 werd de toeslag op nihil gesteld en € 786 teruggevorderd. De bezwaarprocedure leidde tot een herziening naar nihil en terugvordering van € 2.647. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens wijziging van de grondslag in verweer en liet de rechtsgevolgen in stand, oordelend dat de huur van korte duur was en appellant geen recht had op toeslag.
Appellant voerde aan dat de Belastingdienst onrechtmatig had gehandeld door de huurovereenkomst tegen hem te gebruiken en dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand hield. De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst bij definitieve vaststelling op 1 april 2011 redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de huurovereenkomst en daarom de toeslag niet had mogen herzien.
Verder stelde de Afdeling dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de bedoeling van partijen, de feitelijke invulling, duur en aard van de huurwoning. De Belastingdienst kon niet uitsluitend afgaan op de tekstuele bewoordingen in de overeenkomst dat de huur van korte duur was. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten en gelast een nieuw besluit van de Belastingdienst.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten; de Belastingdienst dient een nieuw besluit te nemen.