ECLI:NL:RVS:2010:BN1136
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging huurtoeslag wegens kortdurend gebruik woonhotelappartementen
De Belastingdienst stelde de voorschotten huurtoeslag voor de jaren 2008 en 2009 voor bewoners van het Woonhotel op nihil, omdat het gebruik van de woonruimte als kortdurend werd beschouwd. De bewoners, appellanten, stelden dat zij huurders in de zin van de Wet op de huurtoeslag (Wht) zijn en dat de rechtbank de term 'kortdurend gebruik' te strikt had uitgelegd.
De rechtbank had geoordeeld dat de aard van het gebruik en de woonruimte, evenals de bedoeling van partijen, wezen op een kortdurig verblijf. De Raad van State bevestigt dit oordeel, waarbij de overwegingen van het Woonhotel zelf, zoals de huurovereenkomst, het huishoudelijk reglement en de website, een verblijf van beperkte duur benadrukken. De gemiddelde verblijfsduur varieerde van een maand tot maximaal een jaar, met een gemiddelde van vier tot vijf maanden.
De Raad van State oordeelt dat ondanks de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, de feitelijke situatie en de doelstelling van het Woonhotel niet stroken met een langdurig huurcontract. Daarom kunnen de bewoners niet als huurders in de zin van de Wht worden aangemerkt en is het besluit van de Belastingdienst om geen huurtoeslag toe te kennen terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ontzegging van huurtoeslag bevestigd.