ECLI:NL:RVS:2013:1378
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.A.A. Mondt-Schouten
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tracébesluit spooruitbreiding Arnhem wegens onvoldoende motivering trillinghinder
De minister van Infrastructuur en Milieu stelde het tracébesluit 'Sporen in Arnhem 2012' vast voor uitbreiding en aanpassing van de spoorinfrastructuur rond Arnhem Centraal. Diverse appellanten, waaronder Wijkvereniging Transvaal en de Werkgroep Boompjesstraat, stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden onder meer aan dat de minister onvoldoende rekening hield met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, de milieugevolgen van snelheidsverhogingen, en de effecten van laagfrequent geluid en trillinghinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht het PHS niet hoefde mee te nemen bij het tracébesluit en dat de snelheidsverhoging van 40 naar 60 km/u niet onredelijk was. Ook de externe veiligheid, luchtkwaliteit en geluidbeperkende maatregelen werden als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Echter, het tracébesluit schoot tekort bij de beoordeling van laagfrequent geluid en trillinghinder. De minister had onvoldoende onderzoek gedaan naar laagfrequent geluid (rumble) en de gehanteerde beoordelingsmethode was niet onredelijk, maar het tracébesluit was in strijd met de Awb wegens onvoldoende motivering.
Voor trillinghinder bleek de gebruikte Beleidsregel trillinghinder spoor (BTS) onvoldoende gemotiveerd en ontbraken noodzakelijke elementen om de trillingbelasting adequaat te beoordelen. Hierdoor kon het tracébesluit niet in stand blijven. De Afdeling vernietigde het tracébesluit en droeg de minister op binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen, met een voorlopige voorziening dat het huidige tracébesluit voorlopig van kracht blijft. Tevens werden proceskosten aan appellanten toegekend.
Uitkomst: Het tracébesluit 'Sporen in Arnhem 2012' wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent trillinghinder en laagfrequent geluid.