ECLI:NL:RVS:2013:1461
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit wijziging Legger Waterkeringen ondanks bezwaren eigenaresse perceel
Het algemeen bestuur van waterschap Rivierenland heeft op 10 februari 2012 wijzigingen vastgesteld in de Legger Waterkeringen, waaronder een uitbreiding van de beschermingszone van de Lekdijk die deels over het perceel van appellante loopt.
Appellante stelde dat het waterschap niet bevoegd was tot het vaststellen van de legger voor haar perceel omdat het waterschap niet de eigenaar is, en dat de gebruiksbeperkingen een onrechtmatige aantasting van haar eigendomsrecht vormen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het waterschap bevoegd is tot het vaststellen van de legger op grond van de Waterwet, ongeacht eigendom. De gebruiksbeperkingen zijn een regulering in het algemeen belang ter bescherming van de primaire waterkering en schenden het eigendomsrecht niet onrechtmatig. Schadevergoeding valt buiten de bestuursrechtelijke procedure en de overige aangevoerde bezwaren hebben geen betrekking op het bestreden besluit.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot wijziging van de Legger Waterkeringen wordt bevestigd.