AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak op grond van artikel 8:119 Awb
De zaak betreft een verzoek van verzoekster om herziening van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 oktober 2013, waarin de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland was bevestigd. Verzoekster heeft nadere stukken ingediend en haar verzoekschrift toegelicht tijdens de zitting van 30 januari 2014.
De Afdeling toetst het verzoek aan artikel 8:119, eerste lid, Awb, dat herziening mogelijk maakt indien feiten of omstandigheden vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij verzoekster, en indien deze feiten bij eerdere bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
Verzoekster herhaalt grotendeels eerdere argumenten en voert een akte aan waarvan ter zitting bleek dat zij reeds bekend was tijdens het hoger beroep. Hierdoor voldoen de aangevoerde feiten niet aan de strikte criteria voor herziening. De Afdeling benadrukt dat herziening niet bedoeld is om het debat te heropenen.
Gelet op deze overwegingen wijst de Afdeling het verzoek af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen.
Uitspraak
201309970/1/A4.
Datum uitspraak: 12 februari 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
om herziening (artikel 8:119 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2013, in zaak nr. 201301659/1/A4.
Procesverloop
Bij uitspraak van 9 oktober 2013, in zaak nr. 201301659/1/A4, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Arnhem, van 11 januari 2013, in zaak nr. 12/1290, bevestigd. De eerstgenoemde uitspraak is aangehecht.
[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
[verzoekster] heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 januari 2014, waar [verzoekster] is verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. [verzoekster] heeft in haar verzoekschrift van 31 oktober 2013, aangevuld bij brieven van 9 januari 2014 en 17 januari 2014, uiteengezet waarom zij het met de uitspraak van de Afdeling niet eens is. Voor zover haar uiteenzetting niet ziet op de bij brief van 17 januari 2014 ingezonden akte, vormt dit een herhaling van hetgeen zij voor de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2013 in hoger beroep heeft aangevoerd. Wat betreft de akte, is, daargelaten of deze tot een andere uitspraak zou hebben kunnen leiden, ter zitting gebleken dat [verzoekster] reeds bekend was met deze akte ten tijde van het hoger beroep. Hetgeen [verzoekster] in haar verzoek om herziening heeft aangevoerd, betreft daarom geen feiten of omstandigheden, als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, die tot herziening van die uitspraak kunnen leiden. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening strekt er niet toe de mogelijkheid te bieden het debat in de zaak te heropenen naar aanleiding van de uitspraak, waarvan herziening wordt verzocht.
3. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat.