ECLI:NL:RVS:2013:1543
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking herkomstgegevens anonieme brief in Wbp-procedure
Appellant verzocht op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om informatie over de herkomst van gegevens uit een anonieme brief die door de minister ambtshalve was verkregen. De minister verstrekte een zakelijke samenvatting van de brief, maar weigerde de herkomst van de gegevens te openbaren, omdat dit de rechten en vrijheden van de anonieme briefschrijver zou schenden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het verzoek niet ziet op hem betreffende persoonsgegevens. Appellant betoogde dat de brief wel degelijk persoonsgegevens van hem bevat en dat de weigering onterecht is. De Afdeling oordeelde dat de brief persoonsgegevens van appellant bevat, maar dat de minister de weigering terecht baseerde op artikel 43, aanhef en onder e, van de Wbp, vanwege het belang van bescherming van de identiteit van de briefschrijver.
Verder stelde appellant dat verwijdering van de anonieme brief uit het dossier vereist was omdat de inhoud niet kon worden bevestigd en mogelijk onjuist was. De Afdeling overwoog dat correctierecht niet ziet op meningen of conclusies van derden en dat de brief ter zake dienend is voor de minister bij de uitvoering van de Vreemdelingenwet. Het belang van de minister woog zwaarder dan dat van appellant bij verwijdering.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de inmenging voorzien en gerechtvaardigd is binnen de Wbp. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de minister om informatie over de herkomst van de anonieme brief te verstrekken wordt bevestigd.