ECLI:NL:PHR:2011:BQ8097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verplichting tot belangenafweging bij verwerking persoonsgegevens onder Wbp
Deze zaak betreft een geschil tussen Santander Consumer Finance Benelux BV en een consument ([verweerder]) over de verwerking en registratie van persoonsgegevens in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het Bureau Kredietregistratie (BKR). Santander had betalingsachterstanden van [verweerder] geregistreerd, wat nadelige gevolgen had voor diens kredietaanvragen.
[Verweerder] verzette zich tegen deze registratie en verzocht verwijdering van zijn gegevens. De rechtbank en het hof oordeelden dat Santander niet zorgvuldig had gehandeld en dat de belangenafweging die de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vereist niet voldoende was gemaakt. De registratie was disproportioneel gezien het geringe bedrag en het lange tijd correcte betalingsgedrag.
De Hoge Raad bevestigt dat onder de Wbp bij elke verwerking van persoonsgegevens een belangenafweging moet plaatsvinden, ook wanneer de verwerking is gebaseerd op de gronden in art. 8 sub Pro a, b en c Wbp. De enkele aanwezigheid van toestemming ontslaat niet van deze verplichting. De belangen van de betrokkene moeten zorgvuldig worden afgewogen tegen het doel van de verwerking. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Santander en bevestigt het oordeel dat de registratie onzorgvuldig was en verwijderd had moeten worden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat Santander onzorgvuldig handelde door de registratie niet te verwijderen na bezwaar.