ECLI:NL:RVS:2013:1571
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren beroep vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 21 maart 2013 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 april 2013 niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift geen gronden bevatte en geen kopie van het besluit was overgelegd.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de vreemdeling alsnog tijdig de gronden en kopie van het besluit had ingediend binnen de gestelde termijn. De termijn voor het indienen van het beroepschrift was bovendien niet verkortbaar onder artikel 8:52 van Pro de Awb.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling en beslissing. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €472 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding hiervan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.