ECLI:NL:RVS:2013:BY8850
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep vreemdeling en terugwijzing zaak
De vreemdeling stelde beroep in tegen een besluit van 19 juli 2012 waarbij hij werd opgedragen de Europese Unie te verlaten en een inreisverbod werd opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden van het beroep niet tijdig waren ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift en de gronden volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht correct was nageleefd. De rechtbank had ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling, met inachtneming van de juiste termijnen. Tevens werden de proceskosten vastgesteld en aan de rechtbank opgedragen hierover te beslissen.
Het arrest benadrukt de toepassing van artikel 8:52 Awb Pro omtrent versnelde behandeling en de onmogelijkheid om de termijn voor het indienen van het beroepschrift te verkorten in deze context.
Hierdoor wordt de rechtszekerheid van de vreemdeling gewaarborgd en wordt de procedure correct voortgezet.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is vernietigd en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.