ECLI:NL:RVS:2013:1608
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 6 juli 2012 werd afgewezen. Tevens werd geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen en werd een inreisverbod uitgevaardigd. De voorzieningenrechter vernietigde het inreisverbod maar liet het overige besluit in stand. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Tevens werd het beroep tegen het nieuwe inreisverbod van 28 september 2012 ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de zienswijze van de vreemdeling wel degelijk had meegewogen, ondanks dat deze onleesbaar was, en dat het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken voldoende gemotiveerd was.
De vreemdeling kon niet aantonen dat hij een vaste woon- of verblijfplaats had buiten het asielzoekerscentrum in Dronten en erkende niet het standpunt van de staatssecretaris dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en onvoldoende had meegewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit. De Afdeling vond geen reden om de vertrektermijn te schrappen en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het inreisverbod worden ongegrond verklaard en het besluit van de minister wordt bevestigd.