ECLI:NL:RVS:2013:1611
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over legestarief en geldigheidsduur verblijfsvergunning vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Justitie op 28 april 2010 werd afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd en werd de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Vervolgens verleende de staatssecretaris op 21 augustus 2012 de verblijfsvergunning, maar de vreemdeling maakte bezwaar tegen het legestarief en de geldigheidsduur van de vergunning.
De Raad van State overweegt dat de vreemdeling zich in een situatie bevindt zoals bedoeld in de arresten Ruiz Zambrano en Dereci, waarbij het afgeven van een document op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 aangewezen is. De staatssecretaris had reeds bij de aanvraag aannemelijk gemaakt dat de vreemdeling zich in die situatie bevond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris onzorgvuldig heeft gehandeld door niet het verschil in legestarief terug te betalen en door de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet aan te passen aan de geldigheidsduur van het bedoelde document. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het legestarief en de geldigheidsduur betreft en wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit wordt vernietigd voor zover het het legestarief en de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning betreft en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.