ECLI:NL:RVS:2013:1634
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderopvangtoeslag wegens fictief inkomen toeslagpartner
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 15 november 2011 de definitief vastgestelde kinderopvangtoeslag over 2008 van appellant herzien en op nihil gesteld. Dit omdat de toeslagpartner van appellant geen arbeid zou hebben verricht, gebaseerd op een besluit van de inspecteur die het inkomen van de partner op nihil stelde wegens gefingeerde dienstbetrekking.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd door de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte niet inhoudelijk had beoordeeld of de partner arbeid had verricht, omdat er al bezwaar was gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen en niet tegen het besluit van de inspecteur.
De Raad van State oordeelt dat de beoordeling van het inkomen van de partner aan de inspecteur is voorbehouden en dat appellant tegen het besluit van de inspecteur een afzonderlijk bezwaarschrift had moeten indienen. De herziening van de toeslag door de Belastingdienst/Toeslagen was terecht en overeenkomstig de wettelijke bepalingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de kinderopvangtoeslag over 2008 wordt bevestigd omdat de toeslagpartner geen arbeid heeft verricht.