ECLI:NL:RVS:2020:440
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag voor beurspromovenda zonder inkomen uit werk en woning
De zaak betreft het hoger beroep van een beurspromovenda die kinderopvangtoeslag ontving voor 2016 en 2017. De Belastingdienst/Toeslagen had deze toeslag opnieuw vastgesteld op nihil omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 1.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko). De kern van het geschil was of het stipendium dat zij ontving als inkomen uit werk en woning kon worden aangemerkt.
De rechtbank had geoordeeld dat het stipendium niet als inkomen uit werk en woning kon worden beschouwd en dat het promotieonderzoek niet viel onder de opleidingen die recht geven op toeslag. De appellant voerde aan dat dit indirecte discriminatie op grond van nationaliteit oplevert, omdat beurspromovendi vaak buitenlandse nationaliteit hebben en werknemer-promovendi niet.
De Raad van State overwoog dat het aan de inspecteur van de Belastingdienst is om te beoordelen of het stipendium als inkomen wordt aangemerkt en dat de appellant eerst aangifte inkomstenbelasting had moeten doen. Omdat dit niet was gebeurd, kon niet worden vastgesteld dat zij geen recht had op toeslag. De indirecte discriminatie werd niet onderzocht omdat het niet vaststond dat zij geen recht had. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van kinderopvangtoeslag bevestigd.