ECLI:NL:RVS:2013:1647
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering exploitatievergunning horeca op grond van Wet bibob wegens ernstig gevaar witwassen en drugshandel
De burgemeester van Den Haag weigerde op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob) een exploitatievergunning voor een horecagelegenheid aan appellant te verlenen. Dit besluit was gebaseerd op een advies van het Bureau bibob, dat een ernstig gevaar aannam dat de vergunning zou worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten.
Appellant stelde onder meer dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen om zienswijzen in te dienen over nieuwe feiten en dat het advies onzorgvuldig was omdat een seponering niet was meegenomen. Ook betwistte hij het bestaan van een zakelijk samenwerkingsverband met zijn broers, die betrokken zijn bij strafrechtelijke onderzoeken en veroordelingen wegens witwassen en drugshandel.
De Raad van State oordeelde dat het bestuursorgaan terecht mocht uitgaan van het Bibob-advies en dat appellant geen procesbelang had geleden doordat hij tijdens de hoorzitting zijn zienswijze kon geven. Het bestaan van een zakelijk samenwerkingsverband werd onderbouwd met feiten zoals het ontbreken van waarborgsom bij huur, eerdere betrokkenheid van appellant en zijn broers bij de exploitatie en hun familierelatie. De Raad vond dat het ernstig gevaar en de evenredigheid van de weigering voldoende waren gemotiveerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning op grond van ernstig gevaar van witwassen en drugshandel.