ECLI:NL:RVS:2013:1744
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen gezinshereniging bij asielaanvraag vreemdeling met echtgenote in Nederland
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 29 januari 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een gezinsband tussen de vreemdeling en zijn echtgenote die in Nederland verbleef, en of deze gezinsband reeds in het land van herkomst bestond, zoals vereist volgens Verordening (EG) 343/2003. De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de echtgenote als gezinslid moest worden aangemerkt, maar de Raad van State stelde vast dat het gezin niet reeds in Syrië bestond omdat zij niet samenwoonden en het huwelijk plaatsvond nadat de echtgenote al tien jaar in Nederland verbleef.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris mocht het eerdere besluit handhaven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd bevestigd dat het enkele bestaan van een huwelijk niet voldoende is voor gezinshereniging onder de genoemde Verordening als het gezin niet in het land van herkomst bestond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een gezin in het land van herkomst.