ECLI:NL:RVS:2013:175
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en matiging schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin de staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €19.645 aan een vreemdeling. Deze vreemdeling was onrechtmatig in bewaring gesteld van 2 december 2011 tot 2 augustus 2012, omdat het terugkeerbesluit waarop de bewaring was gebaseerd achteraf niet rechtmatig bleek.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen ruimte was voor matiging van de schadevergoeding, ondanks dat de vreemdeling zich onvoldoende inspande om zijn vertrek uit Nederland te bewerkstelligen. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de schadevergoeding gematigd moest worden vanwege het gebrek aan medewerking van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dit standpunt en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de schadevergoeding betrekking heeft op de gehele periode van onrechtmatige bewaring. Tevens is overwogen dat het ontbreken van pogingen tot vertrek door de vreemdeling een reden kan zijn voor matiging.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de volledige schadevergoeding werd toegekend en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de helft van dat bedrag, namelijk €9.822,50. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De schadevergoeding aan de vreemdeling wordt gematigd tot €9.822,50 wegens onvoldoende medewerking aan terugkeer.