ECLI:NL:RVS:2013:1801
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Tibetanen wegens risico op schending artikel 3 EVRM
De vreemdelingen, beiden van Tibetaanse afkomst met de Chinese nationaliteit, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvragen bij besluiten van januari en februari 2012 af. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdelingen aannemelijk hadden gemaakt dat zij bij terugkeer naar China een reëel risico liepen op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. De vreemdelingen stelden dat het enkele feit dat zij etnische Tibetanen zijn, voldoende is om een risico op ondervraging, arrestatie en detentie te rechtvaardigen. De rechtbank had dit onvoldoende onderzocht.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat de minister zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kon stellen dat de vreemdelingen geen reëel risico liepen. Het ambtsbericht China wees uit dat Tibetanen bij terugkeer routinematig worden ondervraagd en dat informatie over hun behandeling beperkt is. Daarom werden de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank vernietigd en de besluiten van de minister vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de vreemdelingen. Hiermee werd de bescherming van de vreemdelingen tegen mogelijke schendingen van fundamentele rechten bij terugkeer naar hun land van herkomst bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en verklaart de beroepen gegrond wegens onvoldoende beoordeling van het risico op schending van artikel 3 EVRM.